Wel of niet ontwollen

Niet alle kattentrimmers werken op dezelfde manier. In Nederland zijn er grofweg twee stromingen te onderscheiden. De ene richt zich op het verzorgen van de bovenvacht zonder hierbij de onderwol weg te halen, de andere stroming haalt naast de verzorging van de bovenvacht ook wat van de onderwol weg (dit heet ‘ontwollen’, ook wel ‘plukken’ of ‘uitdunnen’ genoemd.) Voor beide technieken valt iets te zeggen, afhankelijk van de individuele vacht van de kat.

Voordelen

Wanneer een kat een hele dikke ondervacht heeft kan het lastig zijn om de kam/borstel tijdens de dagelijkse verzorging diep door de vacht te laten gaan. Wanneer de kam op de oppervlakte blijft zie je dat de bovenste haren (ook wel ‘dekharen’ genoemd) er vaak mooi uit zien, maar dat er onder deze haren een laag donshaar (de onderwol) zit die op den duur op de huid vast gaat zitten. Dit komt omdat deze pluizige haartjes in de klit gaan draaien. Wanneer deze klitten niet direct verwijderd worden gaan deze op den duur vervilten. Er ontstaat als het ware een plakje vilt dat aan de onderliggende huid gaat trekken wanneer de kat zich beweegt.

Je kunt je voorstellen dat dit erg pijnlijk voor katten is. Als er zich eenmaal een flinke klit heeft gevormd zie je dan ook dat de kat hierop gaat reageren door minder of anders te gaan bewegen in een poging de pijn van het trekken van de huid te vermijden. Zelfs aaien kan pijn gaan doen. Soms worden katten op den duur agressief omdat het trekken van de huid hen enorm irriteert. Wanneer er zich eenmaal vilt heeft gevormd is het scheren van de vacht soms nog de enige optie om het dier te kunnen helpen.

Om er voor te zorgen dat de kat voor de eigenaar goed ‘kambaar’ blijft, kan het regelmatig uitdunnen van de vacht (gemiddeld 3 a 4 keer per jaar) enorm helpen. De vacht blijft dan mooi lang, maar is dusdanig uitgedund dat de eigenaar er zelf goed met een kam tot op de huid door kan kammen. Het dagelijkse onderhoud van de vacht wordt hierdoor een stuk eenvoudiger en de kans op klitvorming wordt stukken kleiner.

Nadelen

Door de vacht uit te dunnen haalt de trimmer niet alleen de losse onderwol uit de vacht maar wordt er ook wat pluishaar verwijderd dat nog vast zat aan de huid. Hierdoor kan de natuurlijke groeicyclus van de vacht veranderen: al het verwijderde haar groeit vanaf dat moment immers gelijktijdig weer aan. Deze wol kan soms ook sneller dan voorheen gaan klitten, met name in de wintermaanden wanneer de atmosfeer in huis droger is.

Een ander nadeel van ontwollen is dat het voor sommige katten een akelig gevoel kan zijn wanneer de trimmer te stevig te werk gaat. Met name katten die niet goed zijn gesocialiseerd of katten die het niet gewend zijn om te genieten van regelmatig kammen en borstelen kunnen angstig worden wanneer de vacht wordt uitgedund. Deze angst kan zelfs omslaan in agressie wanneer de kat eenmaal op de trimtafel staat. In dat geval is het belangrijk dat er in kleine stapjes wordt getrimd met beloningen tussendoor om het dier rustig te laten wennen aan deze behandeling.

Vachtstructuren

Door niet uit te dunnen wordt de vacht die de kat van nature heeft dus intact gelaten. Dit heeft in sommige gevallen en bij bepaalde rassen dan ook absoluut de voorkeur. Sommige zuivere natuurrassen hebben een vacht die helemaal niet uitgedund hoeft te worden, of zijn dusdanig gekruist dat alleen bepaalde dicht behaarde plaatsen op hun lichaam wat uitgedund hoeven te worden.

Tegenstanders van ontwollen zien katten het liefst zo natuurlijk mogelijk. Bijna alle raskatten met lange haren zijn echter door toedoen van mensen verder gefokt. Ook komen hierbij veel kruisingen voor waarbij er in de bloedlijn verschillende vachttypes door elkaar lopen. Het is daarom de vraag in hoeverre er nog sprake is van een ‘natuurlijke’ (als ‘in het wild’) vacht bij de meeste langharige katten.

Persoonlijke visie

Ik ben niet per definitie voor of tegen het uitdunnen van de vacht. Het enige wat voor mij telt en altijd voorop staat is het welzijn van de kat. Ik heb in de loop der tijd katten gezien van hetzelfde ras waarbij het bij de ene kat absoluut niet nodig was of zelfs schadelijk kon zijn om de vacht uit te dunnen, maar waar het bij de andere kat juist noodzakelijk was om te voorkomen dat het dier dusdanig last van de vacht krijgt dat dit het welzijn van het dier op den duur aantast. Daarnaast spelen de specifieke leefomstandigheden van de eigenaar ook een rol.

Elke kat is uniek en heeft zijn of haar unieke vacht. Net als bij mensen heeft de één een dikke bos haar en de ander juist dun, slap haar. Ook heeft de kleur van de haren invloed op de dikte en kracht van het haar. Daarom is het belangrijk om bij elke kat individueel te bekijken om te bepalen welke vorm van vachtonderhoud het beste bij die kat past. Op die manier wordt er maatwerk geleverd en kan elke kat worden verzorgd op de manier die het beste bij hem of haar past.